Terug naar blogs

Vught / 14 juni 2021

ARTIKEL: DE DANS VAN KINDEROPVANG EN PRIMAIR ONDERWIJS

Geplaatst door MINKE HENSEN

Deel deze blog:

De dans van Kinderopvang en Primair Onderwijs.

Heb je het wel eens gezien? Dancing with the stars, ballroom of latin dansen? Of zelf gedanst?

Dansen is een samenspel tussen partners. Een  voortdurende beweging waarbij je je steeds verbetert en ontwikkelt. Bewegen waar de ene partner een beweging inzet en die je samen afmaakt en de keer erop is het andersom. Een balans waarbij ieder in zijn waarde wordt gelaten, elkaars kwaliteiten worden benut en vertrouwen de basis is. Eigenlijk gewoon een samenwerking waarmee veel wordt geoefend en voortdurend wordt ingezet op verbetering van het gezamenlijke doel.

De vergelijking kan getrokken worden met de samenwerking tussen Onderwijs en Kinderopvang. Sommigen lijken deze samenwerking tot kunst te hebben verheven en anderen lijken elkaar het licht in de ogen niet te gunnen. Terwijl ze een gezamenlijk doel hebben: ze staan beiden aan de basis van de ontwikkeling van kinderen.

Waar komen die verschillen dan vandaan? Wat voor positieve gevolgen zou samenwerking tussen Kinderopvang en Onderwijs kunnen hebben? En welke factoren dragen bij aan succes in de samenwerking?

Oorsprong van Kinderopvang en Onderwijs.

Kinderopvang en onderwijs hebben een verschillende oorsprong. Van daaruit hebben ze ook een verschillende ontwikkeling doorgemaakt. Waar onderwijs het doel had van kennisoverdracht, had kinderopvang het doel om ouders in staat te stellen om te werken.

Kinderopvang was vroeger voorbehouden aan de gemeenschap. Grootouders, de buurvrouw of oudere kinderen hielden de kleintjes in de gaten. Onderwijs werd verzorgd door de ‘specialisten’, zij zorgden ervoor dat de kinderen vaardigheden leerden en kennis opdeden.

In de huidige tijd is hier nog steeds een tweedeling in te zien in de wettelijke voorzieningen: kinderopvang valt onder het ministerie van Zorg en Welzijn en onderwijs heeft een eigen ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Voor onderwijs wordt gezorgd, elk kind heeft recht op onderwijs en de kosten hiervoor worden betaald uit de belastingen. Kinderopvang daarentegen moet zichzelf bedruipen. Wil je inkomen, dan moet je dit regelen via ouders die jou betalen voor je diensten. Het gevolg is dat er bij de medewerkers in de kinderopvang een mentaliteit is ontstaan van het ondernemen, zelf je broek ophouden. Je eigen onderkomen regelen, zelf op de hoogte blijven van wet- en regelgeving, kinderen aantrekken, je onderscheiden, ontwikkelingen in de markt zelf bijhouden en je eigen scholing regelen.

Ook onderwijs heeft zich ontwikkeld. Veel zaken zijn steeds meer bij wet geregeld. De kwaliteit wordt gemeten met toetsen zoals Cito en audits. Administratie is, naast het lesgeven, de grootste taak. Maar…kinderen die komen wel, want onderwijs is een recht en plicht.

Die verschillen in oorsprong en wetgeving hebben mogelijk ook gevolgen voor bijvoorbeeld het lerend vermogen van de organisatie. Zo schrijft Vogelzang (Vogelzang, 2019) in de Staat van Onderwijs dat het lerend vermogen in het onderwijs gering is, maar dat het innovatiegehalte hoog is vergeleken met andere OECD landen. Innoveren wordt behoedzaam gedaan, in kleine stapjes.

De bevlogenheid van leerkrachten is volgens Van Wingerden et al. (Wingerden van, Bakker, Kessel van, & Derks, 2014) als volgt: 21% is wel bevlogen, 14% is niet bevlogen en 65% zit er tussenin. Die 21% bruist van energie en wil zich optimaal ontwikkelen. Dat is slechts  1 op de 5 leerkrachten.

In de Kinderopvang geeft 82% aan (zeer) enthousiast over hun werk te zijn (Noordzij, 2019).

Die bevlogenheid, het enthousiasme,wat doet de Kinderopvang waardoor zij zo hoog scoren? En, hoe kunnen zij hun collega’s van het Onderwijs hierin meenemen?

Versterking van Onderwijs en Kinderopvang

“Er is niet zo ongelijk als ongelijken gelijk behandelen”. Deze uitspraak is een ‘knikker’ van Smart Group (Lenssen, 2007). Juist de verschillen maken de wereld mooi. Verschillen kunnen gebruikt worden om elkaar aan te vullen en synergie te bewerkstelligen. Denk bijvoorbeeld aan het kijken naar leerlijnen op sociaal-emotioneel gebied. Voor de kinderopvang is dit dagelijkse praktijk, dit zou ingezet kunnen worden bij het observeren van jonge kinderen in het onderwijs. Denk ook aan dat ene kind waarover zorg was bij de kinderopvang. De pedagogisch medewerkers kennen dit kind erg goed en weten zijn gedrag beter te plaatsen. Een pedagogisch medewerker kan hierbij de leerkracht ondersteunen om dit kind te leren begrijpen, waardoor de leerontwikkeling ononderbroken doorgaat. Waar de Kinderopvang werkt met brede leerlijnen tot 4 jaar (motoriek, sociaal-emotioneel, eerste cognitieve vaardigheden), richt het onderwijs zich veelal op resultaten van cognitieve toetsen, waarbij elk kind op dat moment moet presteren naar verwachting.

Bovenstaand plaatje zal vast herkenbaar zijn. Verplichte toetsen zorgen ervoor dat Onderwijs één maatlat heeft voor iedereen. Kinderopvang kijkt naar elk individu. Dat kindgericht werken, ook op creatief, sociaal-emotioneel en wereldoriëntatiegebied, zou ook in het onderwijs meer aandacht moeten krijgen.

De doorgaande lijn wordt al, in veel gevallen goed opgezet. Peuters en kinderen uit groep 1-2 die samen luisteren naar een voorleesverhaal, die samen spelen met buitenmateriaal of gezamenlijk een viering bijwonen.

Inventariseer eens elkaars sterke punten. Bij jezelf en de ander. En hoe ga je deze toepassen in de dans naar de toekomst? Bijvoorbeeld het verschil in enthousiasme over het werk, zoals Noordzij en Van Wingerden beschreven, is een aspect waar Onderwijs en Kinderopvang ervaringen kunnen delen. De succesfactoren van Kinderopvang toepassen in het Onderwijs zou kunnen leiden tot een hogere bevlogenheid van de leerkrachten. Hogere bevlogenheid leidt tot een lager ziekteverzuim volgens Van Wingerden en Schaufeli (Schaufeli, 2011; Wingerden van et al., 2014). Daarnaast kan het leiden tot een hogere innovatiekracht en verlaging van het tekort aan leerkrachten.

Een hogere innovatiekracht kan ook worden bereikt als scholen de leerkrachten die hun master SEN (special Educational Needs) hebben behaald, hun kennis en vaardigheden goed kunnen inzetten. In het rapport van Heyma et al. (Heyma et al., 2017) beschrijven ze dat leerkrachten die hun master SEN hebben behaald een hogere onderzoekende houding ervaren. Dit is echter wel afhankelijk van hun omgeving. Veel leerkrachten ervaren beperkte mogelijkheden om deze houding in te zetten. Dit is natuurlijk een uitgelezen kans bij een samenwerking met kinderopvang! Een onderzoekende houding om zo een optimale samenwerking te creëren. Het inzetten van kennis en vaardigheden om zo samen verder te komen.

 

Samen de dans aangaan

Er zijn mooie voorbeelden te vinden van een goede samenwerking van KOV en Onderwijs binnen een IKC. Zo zijn er prachtige samenwerkingen, waarbij niet alleen onderwijs en kinderopvang betrokken zijn, maar ook specialistische zorg voor kinderen. Ook buiten een IKC zien we bij samenwerking tussen een school en kinderopvang pareltjes zitten.

Om goed samen te werken is een gedeelde visie volgens Smart Group van wezenlijk belang. Met andere woorden: werk samen aan dezelfde dans! Om samen die gedeelde visie te implementeren is een langdurig proces met vallen en opstaan. Help elkaar om weer op te staan, je bent immers partners van elkaar. Dat je samen gaat dansen is het begin van een jarenlang verbond. Eerst samen lopen, naast elkaar. Kijken wat jullie gemeen hebben. Beiden werken met leerlijnen. Samen kijken wat ieder hierin belangrijk vindt en hoe een leerlijn kan doorlopen. Zonder een flinke hobbel als een kind naar groep 1 gaat. Er liggen hier volop kansen om kinderen te ontwikkelen, om te zorgen voor de kansengelijkheid.

Nog een gemeenschappelijke factor is personeel. Beide sectoren ervaren tekorten. Er is genoeg creativiteit aanwezig, deze kun je inzetten om hier samen naar te kijken.

In De staat van Onderwijs (Ministerie van Onderwijs, 2021) wordt om een renovatie van het onderwijs gevraagd. Een geweldige kans om daadwerkelijk het verschil te gaan maken!

Want, een vloeiende dans door Kinderopvang en Onderwijs, dat is toch wat je kinderen toewenst?

Literatuur

Heyma, A., Van den Berg, E., Snoek, M., Knezic, D., Sligte, H., & Emmelot, Y. (2017). Effecten van een masteropleiding op leraren en hun omgeving. SEO-rapport(2017-80).

Lenssen, R. (2007). SMART knikkers.

Ministerie van Onderwijs, C. e. W. (2021). De staat van onderwijs 2021.

Noordzij, F. (2019). 82 Procent van pm’-ers enthousiast over hun werk.

Schaufeli, W. (2011). Duurzaamheid vanuit psychologisch perspectief: Een kwestie van ‘fit’. Schouten & Nelissen (2011), Ten minste houdbaar tot. Over urgentie van duur‐zame inzetbaarheid in Nederland, 96-108.

Vogelzang, M. (2019). De staat van het onderwijs 2019 [Press release]

Wingerden van, J., Bakker, A. B., Kessel van, J., & Derks, D. (2014). Bevlogen in het Onderwijs.